Medische Encyclopedie
Inhoud
- Wat doet poliovaccin en waarbij gebruik ik het?
- Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
- Mag ik poliovaccin gebruiken met andere medicijnen?
- Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?
- Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?
- Hoe gebruik ik dit medicijn?
poliovaccin
Het poliovaccin bevat onschadelijk gemaakt poliovirus. Het beschermt tegen infectie met het poliovirus.
Het wordt gegeven als vaccinatie aan mensen die meer kans hebben op een polio-infectie.
Wat doet poliovaccin en waarbij gebruik ik het?
Infecties met virussen
Polio (kinderverlamming) wordt veroorzaakt door het poliomyelitis-virus.
Polio
Polio is de afkorting van poliomyelitis. De ziekte veroorzaakt blijvende spierverlammingen. U kunt de ziekte krijgen als u dit virus binnenkrijgt via sporen van menselijke ontlasting. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik van besmet water of voedsel. Ook kunt u het virus binnenkrijgen via druppeltjes in de lucht bij hoesten, niezen of schreeuwen.
Niet iedereen krijgt klachten van de ziekte. De ziekte kan zonder klachten verlopen of u kunt alleen last hebben van diarree. Bij ongeveer 1 procent van de besmette personen krijgen blijvende spierverlammingen.
Na besmetting duurt het ongeveer 1 tot 2 weken voordat de klachten van polio optreden. Spierverlammingen beginnen meestal 11-17 dagen na de besmetting.
Er is geen behandeling voor polio. Daarom is het belangrijk dat u de vaccin krijgt als er een kans bestaat op een infectie met het poliovirus.
Polio voorkomen
Tegen deze ziekte kunt u worden gevaccineerd met een injectie. Na injectie maakt het lichaam afweerstoffen tegen het poliovirus. Als u dan in aanraking komt met dit virus kan uw lichaam het onschadelijk maken.
De meeste mensen zijn als kind tegen polio gevaccineerd via het Rijksvaccinatieprogramma. Deze vaccinatie vindt plaats op de leeftijd van 3, 5 en 12 maanden, en 14 jaar (en soms extra bij 2 maanden). De bescherming is waarschijnlijk levenslang.
Omdat het grootste deel van de mensen in Nederland tegen polio is gevaccineerd, komt de ziekte hier nauwelijks meer voor. Eens in de zoveel tijd breekt het echter wel weer uit. Dat is dan in gebieden in Nederland waar een relatief hoog aantal kinderen niet is gevaccineerd.
Reist u naar een gebied waar polio voorkomt, neem dan ook de volgende maatregelen.
- Ontsmet uw handen met handdesinfectans ná gebruik van het toilet, vóór u gaat koken en vóór u gaat eten.
- Drink alleen water uit verzegelde flessen, drink géén kraanwater.
- Was groente en fruit in schoon (gekookt) water. Fruit moet u eerst schillen.
- Eet geen rauw of halfrauw vlees of schelpdieren.
- Maak minimaal een keer per dag het toilet schoon met wegwerpdoekjes.
- Verschoon dagelijks de handdoek in het toilet.
- Houd uw nagels kort.
- Poets uw tanden met water uit een verzegelde fles.
Voor meer informatie zie het Landelijk Centrum Reizigersinformatie www.lcr.nl.
Lees meer over infecties met virussen . “Vaccinaties
Rijksvaccinatieprogramma
Alle kinderen worden via het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen polio. Het consultatiebureau voert de vaccinatie meestal uit.
Deze vaccinatie vindt plaats op de leeftijd van 3, 5 en 12 maanden, en 14 jaar. Soms ook bij 2 maanden. De vaccinaties worden dan gecombineerd met prikken tegen andere ziekten (difterie, kinkhoest, tetanus, Hib-ziekten en hepatitis B).
Na de laatste vaccinatie op het veertiende jaar is het kind waarschijnlijk levenslang beschermd tegen polio.
Vaccinatie van risicogroepen
Vaccinatie met het poliovaccin wordt aanbevolen voor personen die geen bescherming (meer) hebben van eerdere vaccinaties en die wel een verhoogd risico hebben op een infectie met polio. Dit is bijvoorbeeld het geval bij:
- mensen in bepaalde beroepen, zoals in de gezondheidszorg, laboratoriummedewerkers, rioolwerkers, grondarbeiders, hoveniers, land- en tuinbouwers, veehouders, dierenverzorgers, dierenartsen en veldsporters;
- mensen die veel in contact komen met personen afkomstig uit gebieden waar deze ziekten heersen, zoals reizigers, vluchtelingen, asielzoekers en adoptiekinderen;
- reizigers naar landen waar deze ziektes heersen.
Apotheken, maar ook reisorganisaties, GGD’en, huisartsen en het Landelijk Centrum Reizigersinformatie (www.lcr.nl) kunnen u informeren over de landen waar deze ziekten vooral optreden.
Lees meer over vaccinaties . “Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Deze ontstaan vooral doordat uw afweersysteem denkt dat er sprake is van een echte infectie. De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk en gaan vanzelf over binnen 3 dagen.
De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende:
Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)
Klachten op de plaats van injectie, zoals pijn, rode huid en zwelling.
Flauwvallen. Meestal gebeurt dit kort na de vaccinatie. U kunt hierbij ook misselijk worden en overgeven.
Dit komt meestal doordat het zenuwstelsel gevoelig reageert op prikkels van buitenaf. Meld het in elk geval bij een volgende vaccinatie, zodat u de volgende vaccinatie zittend of liggend kunt krijgen.
Griepachtige verschijnselen, zoals koorts, en een ziek, zwak en moe gevoel.
Deze verschijnselen houden meestal niet langer dan 1 tot 2 dagen aan. Zelden duren ze tot 2 weken.
Zenuwproblemen, waarbij u last kunt krijgen van een tintelend of doof gevoel in de ledematen, een ontsteking van de zenuwen en verlamming. Meld het aan uw arts als u hier last van krijgt.
Overgevoeligheid. U kunt dat merken aan huiduitslag, galbulten of jeuk.
In zeldzame gevallen ontstaat er koorts, benauwdheid, opgezwollen lippen, tong of gezicht of flauwvallen. Waarschuw dan meteen uw arts.
In beide gevallen mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor dit vaccin. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit vaccin niet opnieuw krijgt.Bij erg vroeg geboren baby’s: de adem kan soms even stoppen. De baby kan blauw aanlopen en flauwvallen.
Dit kan er heel eng uitzien. Maar het is meestal niet ernstig omdat het kind vanzelf weer gaat ademen op het moment dat het flauwvalt. Neem contact op met uw arts als uw baby problemen krijgt met ademhalen.
Twijfelt u of uw baby hier last van heeft en maakt u zich zorgen? Neem dan ook contact op met uw arts.
Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden
Uitleg frequenties
Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen
Mag ik poliovaccin gebruiken met andere medicijnen?
Dit vaccin heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.
De onderstaande medicijnen verminderen de werking van het vaccin. Hierdoor bent u mogelijk onvoldoende beschermt. Overleg hierover met uw arts. Uw arts zal u extra controleren. Als het nodig is, krijgt u een tweede vaccinatie.
- Medicijnen tegen kanker die het afweer onderdrukken, zoals dasatinib, imatinib en methotrexaat.
- Bijnierschorshormonen, zoals betamethason, hydrocortison en prednisolon.
- Afweeronderdrukkende medicijnen gebruikt bij onder andere reumatoïde artritis en na een orgaantransplantaties, zoals azathioprine, ciclosporine en tacrolimus.
Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?
autorijden, alcohol drinken en alles eten?
Ja, dat kan. U mag autorijden, en u mag eten en drinken zoals u normaal doet.
Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?
U kunt dit medicijn veilig gebruiken tijdens de zwangerschap of als u borstvoeding geeft. Het wordt al jarenlang gebruikt door zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, zonder problemen voor de baby.
Hoe gebruik ik dit medicijn?
Hoe?
De arts of verpleegkundige geeft de injectie in de spier van de bovenarm of dijbeen.
Wanneer?
- Het Rijksvaccinatieprogramma start bij kinderen in het eerste levensjaar met DKTP-Hib-HepB-prikken. Dit vaccin is behalve tegen polio, ook tegen difterie, kinkhoest, tetanus, Haemofilus influenzae B en Hepatitis B.
Na 3 of 4 DKTP-Hib-HepB-prikken in het eerste jaar, krijgen kinderen in het veertiende jaar nog een DTP-prik.
De overige vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma, zijn terug te vinden in het volledige inentingsschema. - Reist u naar een land waar polio vaker voorkomt en heeft u langer dan 10 jaar geleden de laatste DTP-prik gehad? Dan is het aan te raden de DTP-prik te herhalen. Dat moet dat ten minste 3 dagen voor vertrek. U krijgt dan 1 injectie.
Als u als kind niet alle DKTP-Hib-HepB- en DTP-injecties heeft gehad, of helemaal niet bent gevaccineerd, is het nodig om 3 injecties te krijgen.